Hij is er. Mijn debuutroman. Is het niet de schoonheid zelve? Shout out to Esther van Gameren, die het design maakte. Ik zal proberen niet huilend van geluk door mijn tekst te struikelen. Er zijn zovéél boeken. Wat voegt het mijne nog toe? Dat ga ik jullie uitleggen. Mijn boek is uniek. Het is urgent, humoristisch en schrijnend, het heeft een groot hart én een strijdbare geest. Hé, het is míj́n boek!
Geduchte literaire auteurs noemen hun boek vaak ‘een onderzoek’. Op de achterflap staat dan zoiets als: ‘schrijver onderzoekt de grens tussen overgave en ressentiment en geeft gaandeweg een oorspronkelijk inzicht in het menselijk onvermogen.’ Dat wil ik ook: inzicht bieden in onvermogen. Vanachter mijn bureau kijk ik lang en bedachtzaam naar de muur tegenover me, en channel Tommy Wieringa of A.F.Th, op zoek naar pregnante begrippen en een grens ertussen. Maar dan verschijnen er letters, woorden en zinnen op mijn scherm, een golf is het. Wat zeg ik, hele alinea’s spoelen over mijn vingers heen het scherm op. Ze sleuren me mee en in dat geweld gaat elk begrip geheid kopje onder.
Er waren klasgenoten op de Schrijversvakschool die zuchtend een pagina per les produceerden. Mijn probleem lag in het máximum aantal toegestane pagina’s. Excuus aan de aanwezige docenten en klasgenoten, voor de zeeën aan leeswerk. Ik kan nu eenmaal pas parelduiken wanneer de inspiratie is opgedroogd. Anderzijds heb ook ik op school veel geleden. Ergens in het eerste jaar dreigde ik de eerstvolgende docent die mijn schrijfstijl nog als ‘vlot’ durfde te omschrijven, een vlotte klap met de vlakke hand te geven. Levensles van docente Lidewijde Paris: Er is zoiets als al té vlot, Tom. Wil je dat lezers belangrijke details in je tekst meekrijgen: onderbreek bewust je natuurlijke flow. Dan kunnen lezers even naar adem happen en daalt je boodschap beter in.
Oké. Het was coronatijd, het was mijn tweede schooljaar, en ik keek naar de documentaire Doula’s van de stad. Bedacht door Adelheid Roosen, een vrouw die haar neus ophaalt bij élk idee van grenzen tussen begrippen, of mensen. In het hart van Adelheid mondt tegenstrijd als vanzelf uit in liefde. In Doula’s van de stad vertellen zeven vrouwen over hun opgelopen beschadigingen, en hoe ze die inzetten om anderen te helpen. Dinah Bons is een van hen. Sterk en kwetsbaar spreekt ze over haar leven en de eenzame momenten. Dat ze tot haar 32e in een gevangenis heeft geleefd, gedwongen passend bij de wereld zoals die gedicteerd werd. Dat de gemiddelde trans vrouw de vijfendertig niet eens haalt. En dat zij dus, als vijftiger, feitelijk in reservetijd leeft. Keihard werkt ze, om anderen te beschermen. En toch kan ze het systeem van geweld niet altijd tegenhouden. Ik zag een vrouw met een groot hart. Natuurlijk doet leven dan soms pijn.
Ik moest mijn emotie kwijt en schreef een verhaal in de ik-vorm, over een trans vrouw in reservetijd. Ik leverde het in bij leraar René Huigen, een man die je nog midden in de nacht wakker kunt maken voor een filosofische discussie, over de ‘Anabasis’ bijvoorbeeld, in de Griekse mythologie de benaming voor een expeditie van de kustlijn van een gebied naar het binnenland. René las mijn huiswerk, krabde even in zijn baard en maande me dieper landinwaarts te trekken. In zijn woorden: ‘Humor en stijl maken de voorkeuren, eigenaardigheden en aberraties van je verteller tot niets minder dan beminnelijke eigenschappen waarin de lezer met een glimlach zijn eigen menselijke tekort herkent.’
Ik was duidelijk op de goede weg.
Het slothoofdstuk (in de volle veertien pagina’s) leverde ik een jaar later in bij docent Graa Boomsma. Prompt startte hij zijn les met een verhandeling over Multatuli. Het duurde even voordat ik doorhad waarom, maar dank, Graa. Multatuli is nu in geest én woord aanwezig in de tekst. Voor de lezer die schrikt van de referentie aan zo’n oude, taaie roman, het valt mee, hoor. Het slot telt nog maar zes-en-driekwart pagina’s.
Maurits de Bruijn wilde mijn eindbegeleider zijn. Zijn boeken vind ik wonderschoon. Net als zijn feedback, trouwens. Maurits is een nauwkeurig denker. Denk ik. Zelf denkt hij daar misschien genuanceerder over. Anyway. Als vloedgolf-schrijver is het leerzaam om, op het terras van café Pamela, tegenover een precies formulerende Maurits te zitten, die, onwennig voor iemand van mijn leeftijd, zijn feedback vooral vrágend vormgeeft. Uiteindelijk zat ik thuis op de grond, achter een gestructureerde stapel post-its, met hoofdstukken en verhaallijnen. Van de weeromstuit gooide ik de volgorde om en bedacht een nieuw begin. Dank je wel Maurits, juichend snelde ik de finish voorbij.
Over de houding van uitgevers kan een schrijver uren praten. Ik herinner me vooral deze uitspraak: ‘Eigenlijk investeren wij niet in auteurs van boven de vijftig.’ Belangrijker is dat ik dertig pagina’s stuurde naar Lex Jansen. Binnen een week kreeg ik een mail. “Ik vind wat je geschreven hebt héél goed. Ook héél verdrietig.” Overigens moet ik melden dat Lex een ster is in het ophouden van de spanning, de ontlading komt pas in een bijzin aan het eind van een lange mail terecht: ‘Misschien moeten we anders overwegen om je roman volgend jaar bij Magonia te doen?’
Schrijven is geluk. Een uitgever vinden maakt dat geluk compleet. Lex vond mijn boek uitgeefwaardig. Wat een geweldige man! Hij noemt Korsetcadeau ‘deels een activistisch boek’. Een passende omschrijving. Tenslotte ben ik tijdgeestdeskundige – en activisme is in opkomst. Er is een nieuwe punkgolf, we hebben IJsland2, Dagblad Trouw organiseert een festival over verzet en er is actietheater. Zelfs de literatuur begint opstand te kraaien. Ik had mijn boek nog niet ingeleverd of ik las in NRC een essay van Belgische grootmacht Tom Lanoye. Tot mijn verbijstering riep hij schrijvers op om in de voetsporen te treden van niemand minder dan.. Multatuli. En Édouard Louis, de Franse auteur, pleit voor actie-literatuur die de lezer direct confronteert met de lelijkheid en het kwaad van de wereld. Lezers mogen niet wegkijken, of ontsnappen in een verhaal. ‘O wow,’ zeg ik. ‘Ik ben nu al onderdeel van een beweging.’
We hebben veel te vieren. En we hebben véél om voor te strijden. Voor het jongste magazine van Hard//hoofd, het literaire platform dat ik oneindig dankbaar ben, schreef ik een essay: ‘Als het waar is dat mensen zélfwaarde verliezen met elk geluk dat ze een ánder afnemen, dan kan er, gezien de agressie richting minderheden, nog maar wéinig zelfliefde over zijn in ons land. Of harder gezegd: in een maatschappij die zijn pispaaltjes niet beschermt, stinkt uiteindelijk iedereen.’
Trans vrouwen zijn vrouwen. Trans mannen zijn mannen. Wat een naar blijk van menselijk onvermogen, wanneer een samenleving zulke vanzelfsprekendheden ontkent. Afgelopen dinsdag was het ‘trans day of visibility’. Die dag is hard nodig. Trans personen verdienen het om gezien te worden. Daarnaast hebben ze bescherming nodig. En boeken. Boeken die in je oor fluisteren, en boeken die schreeuwen, duwen of zelfs vechten. Ik wil maar zeggen; in deze zachtaardige persoonlijkheid schuilt een oude activistische queer. Kom maar op!
Torrey Peters, de Amerikaanse auteur van de bestseller Detransition, baby, was twee jaar geleden te gast in De Balie. Daar verzuchtte ze dat ze een lángere boekenplank met trans hoofdpersonen wilde hebben, door véél verschillende schrijvers gemaakt. Dan hoefde zij niet steeds de hele groep te representeren en kon ze gewoon haar persoonlijke humor uitleven.
Vandaag is er één nieuwe trans hoofdpersoon bijgekomen. Ze lijkt op niemand die ik ken. En toch is ze herkenbaar, denk ik. Ze neemt beslissingen die niemand anders kan nemen, en toch hoop ik dat mensen haar werdegang willen volgen.
Nu ja, misschien heeft ze een ietsiepietsie van mezelf mee gekregen. Want op de achtergrond gaat dit boek ook over mijn eigen pijn. Ik wil niet leven in een wereld die niet divers is. Ik kan het niet aanzien, dat korset dat mensen elkaar dagelijks opdringen. Het is me vaker verteld dat ik me dingen teveel aantrek. Fuck dat. Ik trek me dingen aan en ik schrijf erover. In dit boek onderzoekt de schrijver de wankele grens tussen insnoeren en ontploffen. Het heet Korsetcadeau.
Vrienden. Gebruik jullie menselijk vermógen. Omarm het vreemde tot je jezelf ziet. Jullie zijn allemaal lief. Lees Korsetcadeau. Het knalt. Dank jullie wel.