Happy Hour

 

‘Maak me even los, ik moet plassen.’

Peter knijpt zijn ogen stijf dicht. Hij zweeft zo lekker, in de verzadigde leegte van zijn lichaam. Als een warm matrasje ligt Celeste onder hem op haar rug, de armen langs haar hoofd. Gestaag gaat haar buik omhoog en weer omlaag. Meestal kietelt dat, huid op huid, nu ademt hij als vanzelf met haar mee. Gelukkig kunnen haar handen niet bij zijn lichaam komen. Op handen heeft hij het niet, al helemaal niet tijdens de seks. Een enkele vinger, dat is nog te doen soms, op de juiste plekken. Maar tien… Die wriemelen als trosjes diklijvige wormen over de zenuwbanen in zijn hals, liezen en taille. Ze bedoelen het niet slecht, ze zijn gewoon met te veel.

‘Peter..? Kom op nou. Ik heb je al extra tijd gegeven.’

Met een zucht duwt hij zijn kont iets de lucht in, waardoor zijn lul naar buiten glipt. Steunend op zijn ellenbogen probeert hij de gespjes los te krijgen, maar het leer is nieuw en stug; telkens wanneer hij een pinnetje denkt los te wippen, blokkeert het tegen de rand van het oogje. Hoe hij ook sjort, het lukt gewoon niet.

‘Au!’ Haar mondhoeken trekken naar beneden.

‘Ik krijg het niet… Verdomme!’ Een laatste ruk en de hele gesp vliegt eraf. Hij rolt op zijn rug en staart naar het plafond. Het is zíjn schuld, hij had zijn tijd beter moeten indelen, de handelingen moeten oefenen. Andere boeien moeten kopen. Naast hem komt Celeste overeind, trekt het masker af en schudt haar armen los. Als ze zich over hem heen buigt sluit hij snel zijn ogen. Haar vingers trekken een snel, koud spoor over zijn wang. Dan is ze weg.

Hij wilde een keer in alle rust genieten van haar lichaam. Normaal heeft ze altijd haast, dan verkent hij net een fijn plekje en begint zij alweer te draaien – en kan hij weer opnieuw beginnen. Of hij gaat nadenken en raakt uit zijn ritme. Ze heeft zulke mooie vormen, zo zacht, maar ze wil niet stilliggen. Iets van beweging is natuurlijk wel de bedoeling, maar seks is vooral een kwestie van de stilte vinden en jezelf daarin verliezen.

De boeien leken hun werk te doen. Hij voelde haar huid ontspannen, zag haar mond een beetje openvallen en hoorde haar steeds diepere zuchten. Ze liet hem begaan en hij verloor ieder idee van tijd. Graag had hij haar nog even laten liggen, met haar benen omhoog. Een halfuurtje, zo had hij gelezen, was voldoende om zijn zaad naar binnen te laten zakken. Hij kon ondertussen een leren rokje klaarleggen, met een van zijn overhemden, en dan nam hij haar mee naar een café in het centrum, waar ze gegarandeerd studiegenoten tegen het lijf liepen. Terwijl zij links en rechts een praatje maakte zou hij glimlachend naast haar zitten. Iedereen zou zien dat hij, Peter, de stille, zich niet alleen naast deze vrouw mocht nestelen, maar ook diep in haar.

Op dit moment loopt hij uit haar, in het toilet. Is er nog wat van hem over als ze naar buiten komt? Als een vlinder fladderde ze door de ruimte, twee jaar geleden, opgewonden van alle nectar om haar heen. Hij volgde haar met zijn ogen, tot ze ineens naast hem neerstreek en een vraag stelde die niet tot hem doordrong. Hij moest zich bedwingen, toen al had hij haar het liefst vastgepind, om met zijn vinger lijnen te kunnen trekken tussen de sproetjes op haar gezicht en die op haar armen. Toch had het nog maanden geduurd voordat hij haar naar zich toe durfde te trekken. Een goede man zou hij nooit voor haar kunnen zijn, dat wist hij vanaf het begin.

Zijn leven was makkelijker vóór hun relatie. Toen maakte het nog niet veel uit, nu heeft hij iets te verliezen. Eergisteren leek een breuk dichtbij. Ze was boos, verweet hem dat hij niet spontaan was. Dat hij telkens vluchtte als zij wilde praten. Daar had ze gelijk in. Haar woorden overstroomden dikwijls zijn oren en in zijn paniek kon hij niet goed nadenken. De vlinderlichte Celeste waar hij voor gevallen was transformeerde op keuzemomenten in een paniekerig springpaard, dat het hele parcours drie keer ronddraafde, maar zelfs bij de kleinste hindernis terugweek alsof het een dubbele oxer was. Of het nu over die vakantie in Ecuador ging of over de dagelijkse boodschappen, iedere poging tot besluitvorming werd een lijdensweg. Hij wilde niets liever dan het haar naar de zin maken, alleen pakte hij de dingen graag degelijk aan. Was spontaniteit sowieso niet een overgewaardeerde eigenschap? Dat had hij gezegd. Daarna had hij geroepen dat ze verdomme zélf eens duidelijk moest zijn. Meteen zag hij het gebeuren. Haar ogen verloren hun warmte: langzaam maar zeker keerde ze zich van hem af.

In zijn wanhoop kwam hij met het plan. Als ze elkaar beter wilden aanvoelen, was het dan niet handig als ze een tijdje om de beurt het voortouw namen? Dan kon de ander eenvoudigweg luisteren, volgen, meebewegen. Leren. Al pratend werd hij enthousiast, hij was nog nooit zo lang achter elkaar aan het woord geweest. Ze zouden de avonden opdelen. De een van zes tot acht. Tussen acht en negen neutrale etenstijd en daarna kreeg de ander twee uur. In haar tijd mocht ze alles besluiten, hij zou elke consequentie aanvaarden, zonder discussie doen wat ze wilde. En andersom. En hé, was dit dan niet een spontaan plan, van hem? Ze keek hem verbijsterd aan. Er viel een lange stilte. Hij dacht dat alles verloren was, dat hij zich onsterfelijk belachelijk had gemaakt. Maar toen glimlachte ze. ‘Een experiment. Ik vind het leuk, we gaan het doen.’

Zij was vanmiddag als eerste aan zet. Ze gaf hem een lijstje boodschappen – vegetarisch zoals hij al vreesde – en toen hij daarmee thuis kwam, zat ze op de bank met een gloed in haar ogen. ‘Pak je telefoon. Ik wil dat je nu je ouders belt. Je vraagt aan je moeder hoe het met haar rug is en daarna of ze het leuk vindt als we met kerst naar ze toe komen.’ Gewoon lief, feitelijk, dat ze hem dat zetje gaf. En hij komt de eerste avond al met handboeien aan.

Celeste zit op het toilet in de badkamer en staart naar de oneindige herhaling van zichzelf in de spiegels, door de vorige bewoners zo strategisch opgehangen dat het onmogelijk is om jezelf in enkelvoud te zien. Al die Celestes lijken hun eigen gedachten te hebben, kaatsen rond in haar hoofd. Ze laat haar ellenbogen steunen op haar dijen en haar hoofd op haar handen. Terwijl haar urine in de pot klatert besluit ze dat het een stomme beslissing was, dat hele experiment. Dit kan ze niemand uitleggen. Alleen de geur van dat leer al, dat dierlijke. Aan de andere kant, wie had nou toch dat essay geschreven over de vrouw als godin, wier lichaam aanbeden moest worden? Toegegeven, met aanbidding bedoelden ze allicht wat anders dan vastbinden. Dat was misschien ook het probleem met al die studieboeken in haar kast. Biologie was een exacte wetenschap: hoe een cel werkte kon je grondig bestuderen en op gegeven moment was het je duidelijk. Maar een relatie? Er waren zoveel opties en keerzijdes, zelfs het kleinste besluit zette een onomkeerbare keten van gebeurtenissen in gang. Dat beangstigde haar. Als je in een gekke bui zei dat je zin had in een boswandeling, vond je jezelf een jaar later terug op een trackingtocht door een jungle in Ecuador. En als je naast iemand op de bank plofte op een feestje, woonde je er binnen de kortste keren mee samen. Hoe kwam je er achter of je aan het begin van zo’n keten de juiste keuzes maakte? Ondertussen weet ze best veel over het leven. Alleen begrijpt ze nog bar weinig van haar eigen leven.

Het idee was daarom spannend. Een experiment, dat kende ze, dat was iets uit het lab. Daar golden gecontroleerde omstandigheden. Wat ze ook koos, na twee uur hield het vanzelf op. De opluchting die ze daarbij voelde had ze van te voren niet kunnen bedenken. Dat begon al met de boodschappen. Als ze het hem zou vragen, zouden ze elke dag shoarma eten, maar die hompen vlees stonden haar tegen. Nu hoefden ze een keer geen moeizaam compromis te zoeken. Morgen mocht hij kiezen en, dat was het verfrissende, zij wist dat zeuren geen zin zou hebben. Ze hadden een duidelijke afspraak.

Ze probeerde dus zijn spel mee te spelen, wat grandioos mislukte omdat ze niets kon met haar handen. Tijdens de seks beeldde ze zich graag in dat ze een pianovirtuoos was, die met soepele vingers zijn ruggengraat bespeelde en hem zo, al zijn gevoelige plekjes rakend, naar een symfonische finale voerde. Hij reageerde altijd sterk op haar aanrakingen, dus deed ze steeds meer haar best. Nu viel er niets te stimuleren. Ze probeerde nog haar tong in te zetten, maar met dat masker was dat geen doen, de helft van de tijd likte ze de lucht. Uiteindelijk gaf ze zich over aan zijn bewegingen. Tot haar verbazing pakte dat niet onprettig uit, het leek wel alsof hij haar lichaam voor het eerst aan het verkennen was. Met een enkele vinger volgde hij de lijnen van haar lichaam. Daarna deed hij het nog eens rustig over, maar dan met zijn tong. Dat Peter goed kon focussen wist ze al, maar dat aan zijn aandacht voor details zoveel plezier viel te beleven had ze niet gedacht. Op een bepaald moment was ze de draad kwijt, wat er gebeurde, waar ze elkaar raakten, waar ze samenvielen.

Nu, gezeten in de minst sexy pose, haar haar in slierten om haar gezicht, begrijpt ze ineens wat haar zo goed was bevallen. Ze was op zich aantrekkelijk. Niet om de keuzes die ze maakte, of omdat ze die van hem aanmoedigde, maar om haar zijn. Ze was en mocht zijn. Nee, ze móest zijn. Puur haar lichaam had hem buiten zinnen gebracht, en daarom voelde ze zich… Compleet? Ja, zou ze haar vriendinnen vertellen, het waren handboeien, maar: één moment lang voelde ik me die pulserende vulva waaruit alles voortkomt, vloeiend magma was ik, het leven voedend. Ik, Celeste, was Gaia. De oergodin. Ik werd vereerd.

Ze moet niet overdrijven. Voor hem was het ongetwijfeld een teleurstelling geweest. Hij kon haar niet eens aankijken na afloop. Dat snapte ze wel, ze had immers niks bijgedragen aan zijn genot. Was er een etiquette voor het vastgebonden liggen onder je partner? Had ze moeten kreunen, tegenspartelen of hem zelfs in zijn gezicht moeten spugen om hem meer op te winden? Hij had iets spannends bedacht en zij lag er als een plank bij. Hoe sexy kon je het maken.

Als Celeste de slaapkamer binnenkomt ligt hij op zijn zij, zijn rug naar haar toe. Ze kijkt naar hem, hoe hij zijn kin naar zijn borst duwt, zijn schouders gebogen. In zichzelf getrokken. Ooit is ze gevallen voor die bonkigheid. Als tegen een steen liep ze tegen hem aan op een feestje.

Ze kreeg hem niet in beweging en dat trok haar aan. De meeste mannen van haar leeftijd waren jongetjes, speels en praatgraag, maar ook zwarte gaten van aandacht die alle energie uit haar wegzogen. Peter was zichzelf. Ze dacht dat ze hem kon verzachten, maar de laatste tijd leek ze hem eerder te vergruizen, met haar gehamer op zijn sociale onvermogen. Waren het niet juist die stugge armen, die zich zo onbeholpen om haar lichaam bogen, die haar vertederden? Ze begreep hem vaker niet dan wel, maar een ding wist ze zeker: Peter twijfelde niet. Niet aan haar in ieder geval. Haar warme steen.

Ze kruipt tegen zijn rug aan en legt haar arm om zijn middel. ‘Waar denk je aan?’

Peter krabt aan zijn schouder, daar waar haar adem over zijn huid strijkt.

‘Peter?’

‘Had jij die gezien, die barst in het plafond? Zat die er al toen we hier kwamen wonen?’

‘Een barst? Gaan we het nu over een barst hebben?’

‘Straks komt de kalk naar beneden. Er is vast een of andere pasta voor. Morgen ga ik op zoek.’

Ze tikt met haar vinger tegen zijn lippen. ‘Morgen is een nieuwe dag. We gaan het nog even over vandaag hebben.’

‘Iemand moet toch de boel in de gaten houden hier?’

‘Ik wil even serieus met je praten, Peet.’

Hij sluit zijn ogen en praat half in zijn kussen. ‘We hadden het niet moeten doen,’ klinkt het zachtjes.

‘Wat zeg je?’

‘Dat het een stom idee was.’

‘Hoezo dan?’

‘Ik ben te ver gegaan.’

‘Niet per se, toch? We hadden de afspraak. Het was… Verrassend. Dat wel.’

‘Ik zeg toch dat het me spijt.’

‘Zitten die boeien je soms dwars? Dat was misschien een beetje awkward, op het laatst?’

Peter krimpt nog iets verder ineen. ‘Ik wil het er niet over hebben.’

‘Ach, misschien had ik je ook je ouders niet moeten laten bellen. Als je er echt niet heen wilt ben ik ziek ofzo, dat begrijpen ze vast wel. Je was daar toch niet boos om? Esther Perel, je weet wel, daar hebben we het een keer over gehad, ze zat toen bij Zomergasten, die zegt dat we zelf verantwoordelijk zijn voor wat we doen met onze boosheid…’

‘Celeste? Kun je stoppen met praten? Gewoon, zwijgen, nu. Kan dat?’ Zwijgen gaat hem zoveel beter af.

‘Als jij wilt dat ik mijn mond houd, zal je een half uur bij moeten kopen, jochie.’ Ze geeuwt en draait zich om. ‘Je ging twintig minuten over je tijd heen, geef ik je nu tien minuten stilte erbij. Krijg ik morgen een extra halfuur. En dat ga ik gebruiken om dit gesprek nog eens dunnetjes over te doen. Ik waarschuw je maar vast.’

Hij gaat maar gewoon tegen haar aan liggen. Daar wordt hij rustig van en als hij zijn arm om haar heen slaat maakt hij meteen haar handen onschadelijk.

Celeste schurkt haar billen tegen zijn kruis en geeuwt opnieuw. ‘Jouw tijd gaat nu in.’

Hij voelt het begin van een erectie en wil zich verontschuldigen, maar dan hoort hij een tevreden snurkje. Ze is in slaap gevallen. Hij blijft heel stil liggen, tot zijn arm begint te slapen, dan kust hij haar zachtjes achter haar oor en draait zich om. Een extra halfuurtje, zei ze. Dus de afspraak blijft staan. Dan heeft hij morgen de vroege shift. Als hij het dit keer beter voorbereidt en wat sneller is… Is het niet happy hour in de stad, tussen zeven en acht?